Kristof Hoorelbeke aan het woord over zijn presentaties op het EABCT congres.
Naar aanleiding van het EABCT congres in Brussel sprak VVGT met Kristof Hoorelbeke, professor doctor aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen bij Universiteit Gent. Kristof gaat dieper in op de betrokkenheid van cognitieve processen (vormen van cognitieve bias, cognitieve controle) bij angst- en stemmingsstoornissen en zijn bevindingen in het kader van “Unique As We Are”.
Op het EABCT-congres heb je tijdens je symposium “Testing interventions before testing patients: Modeling treatment effects in rumination” toegelicht. Waar gaat de studie juist over?
Kristof: “Binnen het symposium gingen we met name dieper in op recente evidentie voor de betrokkenheid van cognitieve processen (vormen van cognitieve bias, cognitieve controle) bij angst- en stemmingsstoornissen, aangezien 4de golf gedragstherapeutische interventies rechtstreeks inspelen op deze processen. De verschillende sprekers maakten gebruik van state-of-the-art methodologische en analytische benaderingen om de complexiteit van deze relaties in kaart te brengen (bijv. aan de hand van machine learning of complex system approaches, zoals netwerkanalyse). Van daaruit gingen we over op hoe dergelijke bevindingen vertaald kunnen worden in interventies, en waar dit een plaats heeft binnen onze reguliere behandeling.
Binnen mijn presentatie stond ik met name stil bij uitdagingen bij het ontwikkelen van nieuwe behandelstrategieën en het optimaliseren van behandelingen. In het bijzonder pleitte ik voor de nood aan een bijkomende laag studies voorafgaand aan klinische trials. Te snel van experimenteel klinisch onderzoek richting randomized controlled trials (RCTs) bewegen, gaat namelijk gepaard met een aantal valkuilen. Deze kunnen voorkomen worden door eerst simulatiestudies te doen en vervolgens gebruik te maken van single-case series en adaptive (Bayesian) trials (bijv. LEAPfrog design) om de interventie te optimaliseren voorafgaand aan toetsing van de effectiviteit ervan in een grote RCT. Binnen mijn presentatie richtte ik me bijvoorbeeld op de vraag of dergelijke simulatieprocedures gebruikt kunnen worden om optimale targets voor behandeling te identificeren, en of dit vervolgens ook informatief is voor de optimale sequens van gecombineerde behandelstrategieën.”
Unique As We Are
Wat concludeer je uit het onderzoek? Zijn er opvallende bevindingen uitgekomen? Hoe zou je die verklaren?
Kristof: “Onze bevindingen tonen aan dat dergelijke simulaties inderdaad kunnen helpen om prioriteiten te stellen bij het selecteren van potentiële targets voor behandeling, en dat persoonlijke systeemdynamieken een belangrijke rol spelen in het voorspellen van behandeleffecten voor een individu. Dit sluit geheel aan bij het idee van Unique As We Are, en hoe we in België de gedragstherapeutische casusconceptualisatie vormgeven.”
Wat motiveert je om te werken in de geestelijke gezondheid?
Kristof: “Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in de menselijke psyche, en hoe mensen vaak in staat zijn om te blijven functioneren onder zeer uitdagende omstandigheden. Tijdens intakegesprekken sta ik soms versteld van de veerkracht die cliënten voor de dag brengen, ondanks confrontatie met vaak aanhoudende familiale, professionele, medische tegenslagen, of blootstelling aan andere chronische stressoren. Dat iemand uiteindelijk ‘breekt’ in een onhoudbare situatie, is logisch. Zoals we vaak zeggen ‘een normale reactie ten aanzien van een abnormale situatie’.”
Wat trekt je zo aan in academisch onderzoek?
Kristof: “Wat mij met name interesseert, is hoe we kunnen begrijpen wat bijdraagt aan de ontwikkeling van klachten, en wat we hieruit kunnen leren om deze te voorkomen of beter te behandelen. Binnen experimenteel psychopathologisch onderzoek kan je daarbij op nauwgezette wijze de relevante processen identificeren, en op basis hiervan nieuwe interventiestrategieën voorstellen en testen. Als gedragstherapeuten beschikken we reeds over een mooi arsenaal aan effectieve technieken en interventies. De uitdaging blijft echter hoe deze verder te optimaliseren, zodat we er nog meer mensen mee kunnen bereiken en dat ze tot meer duurzame effecten kunnen leiden. Academisch onderzoek waarbij de beweging herhaaldelijk gemaakt wordt van fundamentele en experimentele principes naar klinische toetsing en implementatie is hiertoe onmisbaar.
Verder is mijn functie ook meer dan louter onderzoeksgeoriënteerd. Via onderwijs draag ik graag bij tot de basisvorming van klinisch psychologen in Vlaanderen, met specifieke focus op de gedragstherapeutische benadering. Het is fijn om elk jaar een nieuwe lichting psychologen mee warm te maken voor werken vanuit het gedragstherapeutisch kader. Via dienstverlening dragen we vanuit ons team verder bij aan het beleid voor geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen en de disseminatie van relevante bevindingen voor clinici, bijvoorbeeld via het Tijdschrift voor Gedragstherapie. Die diverse jobinhoud trekt mij in het bijzonder aan tot de academische setting.”
Ben je naast het academisch werk ook actief als therapeut? Wat zijn je specialismen?
Kristof: “De afgelopen acht jaar ben ik klinisch werkzaam geweest binnen een gedragstherapeutische praktijk aan de kust. Daar richtte ik me met name op de gedragstherapeutische behandeling van angst- en stemmingsstoornissen, in lijn met eerder opgebouwde ervaring binnen het UZGent en mijn onderzoeks- en lesopdracht. Sinds 2021 kwam daarbij een sterkere focus op posttraumatische stress, vanuit mijn bijzondere interesse naar dit klinische beeld. Daar vind ik het boeiend om interventies zoals EMDR te integreren binnen mijn gedragstherapeutische werk. Een gelijkaardige beweging zie je ook binnen mijn onderzoek, waar ik sinds 2021 een bijkomende onderzoekslijn opstartte rond kwetsbaarheid voor posttraumatische stress en posttraumatische groei, en daaraan gerelateerde behandelmechanismen.”
Scientific Committee
Wat vond je van het EABCT Congres? Heb je er interessante contacten gelegd?
Kristof: “Het jaarlijks EABCT is de perfecte plek om internationale collega’s te ontmoeten en samenwerkingen op te starten (en een uitstekend excuus om Belgische collega’s tegen het lijf te lopen in internationale context). Het is bijzonder dat EABCT dit jaar in Brussel plaatsvond. Voor mij persoonlijk was het een eer om te mogen bijdragen aan het congres vanuit het Scientific Committee. Ik wil via deze weg verder ook mijn appreciatie voor de hele organisatie uitspreken, dit was een bijzonder mooie samenwerking tussen gedragstherapeuten en sympathisanten over heel België en daarbuiten, en was wat mij betreft een topeditie.”
Ben je al lang lid van VVGT?
Kristof: “Als ik het goed heb, ben ik al lid van de VVGT sinds 2014.”
Zou je lidmaatschap van VVGT aanraden? Waarom?
Kristof: “Zeker! De VVGT draagt onder andere een zeer belangrijke functie in het verbinden van gedragstherapeuten uit verschillende settings, het organiseren van verdiepende opleidingen, en de maatschappelijke uitstraling van gedragstherapie in België. Wat dat laatste betreft zijn we als gedragstherapeuten in mijn opinie soms nog wat te bescheiden. Typisch Belgisch! Daarnaast vertegenwoordigt de VVGT de gedragstherapie ook in verschillende raden en beroepsverenigingen, denk bijvoorbeeld aan de BWP, waarvan VVGT-leden ook automatisch lid zijn.
Dit alles is overigens niet mogelijk zonder de grote inspanningen van het bestuur die dit er vrijwillig bijneemt en de steun die deze ontvangt van de leden. Daarnaast blijft de VVGT, losgezien van de mooie ledenaantallen, een relatief kleine community. Dat community gevoel dienen we te koesteren. Ik hoop dan ook dat de VVGT nog lang een verbindende plek mag zijn waar gedragstherapeuten kunnen ‘thuiskomen’ (bijv. tijdens de jaarlijkse studiedag, ditmaal uitzonderlijk pas in 2027) en dat de VVGT blijft waken over de belangen van de verschillende groepen gedragstherapeuten in Vlaanderen, waaronder clinici en academici. Zoals daarnet aangegeven, beiden zijn cruciaal voor een goede zorgverlening en de verdere ontwikkeling van ons veld.”