Rudi De Raedt

Rudi De Raedt aan het woord over zijn presentaties op het EABCT congres.

Naar aanleiding van het EABCT congres in Brussel van 16 tot 19 september sprak VVGT met Rudi De Raedt, professor Klinische Psychologie aan de Universiteit Gent. Rudi heeft het onder meer over zijn onderzoek naar stressveerkracht in gezinnen.

 

  • Op het EABCT-congres heb je je studie “Bio-gedragsmatige synchronie en de overdracht van stress - Veerkracht in gezinnen: inzichten uit een Belgisch multicenterproject” toegelicht. Waar gaat de studie juist over?

Rudi: "Het is een groot multicenterproject met 5 Belgische universiteiten (UGent, KULeuven, UAntwerpen, UCLouvain en UMons), gefinancierd door het Excellence of Science (EOS) programma van het FWO/FNRS, waarin we de bio-gedragsmatige synchronie en de overdracht van stressveerkracht binnen gezinnen onderzoeken.

Stressveerkracht wordt gedefinieerd als het vermogen om te herstellen na een stressvolle gebeurtenis. Het is een van de krachtigste beschermende factoren tegen stressgerelateerde psychische problemen bij zowel kinderen als hun ouders.

Tot nu toe is dit vooral op individueel niveau bestudeerd – als een persoonlijke eigenschap – of binnen dyades (paren), zoals tussen één ouder en één kind, meestal de moeder.

Gezinnen bestaan echter doorgaans uit meer dan twee personen, en alle gezinsleden kunnen de veerkracht van elkaar beïnvloeden. Ons project richt zich op dit idee en onderzoekt of veerkracht binnen gezinnen wordt overgedragen, waarbij we niet alleen naar het kind kijken, maar ook naar beide ouders.

Binnen dit project brengen we mechanismen in kaart die gerelateerd kunnen zijn aan veerkracht bij alle drie de gezinsleden tijdens een interactie in een laboratoriumsetting, op basis van oogbewegingen, hersengolven, hartslagvariabiliteit  en gedragsobservatie. We  stellen ook een biologisch en relationeel profiel van het gezin op, kijkend naar fysiologische reactiviteit op stress, genetica, endocrinologie en het gezinsklimaat. We volgen de gezinnen ook vanuit het laboratorium naar hun dagelijks leven. 

Centraal staat bio-gedragsmatige synchronie: de afstemming van gedrag en fysiologie tussen gezinsleden tijdens interactie. Wij vermoeden dat dit mechanisme zorgt voor de overdracht van veerkracht binnen gezinnen, dit vormt dan ook het thema van dit symposium.

Samen met Matias Pulopulos (UGent) organiseerde ik dit symposium met vijf lezingen van onze doctoraatsstudenten over verschillende aspecten van hoe veerkracht binnen gezinnen tot stand komt en onderzocht kan worden: vijf methoden, twee vragen: hoe reguleren gezinnen gezamenlijk stress, en hoe wordt dat vermogen overgedragen.”

  • Wat concludeer je uit het onderzoek? Zijn er opvallende zaken of patronen uitgekomen? Hoe zou je die verklaren?

Rudi: “Michel Sfeir (UMons) deed een literatuuronderzoek waaruit blijkt dat synchronie stress kan verminderen en bescherming biedt tegen tegenslag. De resultaten tonen aan dat ouderlijke stress gepaard gaat met minder synchronie. Wanneer echter alle gezinsleden met dezelfde stressfactor worden geconfronteerd (zoals een stressvolle taak), neemt het stressniveau af en neemt de positieve emotie binnen het gezin toe. Gezinsleden met een hoge mate van emotieregulatie bleken beter met elkaar te synchroniseren dan degene met emotieregulatiestoornissen, negatieve emoties of depressie. Vaders en moeders bleken ook elk een unieke rol te hebben. Synchronie kan gezinnen helpen om stress en moeilijkheden het hoofd te bieden door de overdracht van veerkracht te bevorderen en gezinsleden te helpen meer in harmonie met elkaar te leven.

Nadischa Dierdorp (KULeuven) ontwikkelde een coderingsinstrument om de dynamische processen die ten grondslag liggen aan emotieregulatie binnen triades van jonge adolescenten, moeders en vaders te onderzoeken tijdens een familie discussietaak, door het hechtingsgedrag van jonge adolescenten en het ondersteunend gedrag van ouders in kaart te brengen. Er werden verbanden gevonden tussen de representaties van hechting bij adolescenten en geobserveerd gedrag van adolescenten en ouders. Ook werd er een verband gevonden tussen door adolescenten gerapporteerde ondersteunende opvoeding en geobserveerde ouderlijke steun. Langer durende steun van moeder hangt ook samen met minder stress na herstel.

Het onderzoek van Mariah Matar (UCLouvain) richtte zich op de relatie tussen de afstemming van oogbewegingen tussen de gezinsleden en fysiologische regulatie tijdens een gezinsconflict in het laboratorium. Conflict heeft twee afzonderlijke effecten op het kijkgedrag binnen een gezin. Het verstoort de coördinatie gericht op verbondenheid — de wederzijdse blik neemt af — en deze verstoring weerspiegelt de fysiologische stressreactiviteit van kinderen op dat moment. Tegelijkertijd varieert de taakgerichte coördinatie — gedeelde aandacht — sterk tussen gezinnen. Die variatie weerspiegelt de veerkracht van het gezin; ze geeft aan hoeveel engagement het gezin behoudt tijdens een ruzie en hoe goed fysiologische stress van de kinderen daarna herstelt. Wederzijds oogcontact lijkt samen te hangen met verbondenheid en reactiviteit, terwijl gedeelde aandacht eerder verband houdt met regulatie en herstel. Ze spelen een rol in verschillende fasen van de stressreactie.

Sien Verelst (KULeuven) onderzocht de biologische reactie op stress en keek of een veilige hechting kan verklaren hoe verschillende gezinsleden reageren. Haar werk toont dat stressregulatie waarschijnlijk niet verklaard kan worden door één enkele biologische of relationele factor, maar dat het interacties tussen systemen zijn die veerkracht kunnen verklaren.

Tot slot bespreekt Mélanie De Leener (UMons) een studie naar synchronie van hersengolven en cardiale synchronie tijdens samenwerking in het lab bij gezinnen. Interpersoonlijke neurale synchronie weerspiegelt mogelijk de inspanning die regulatie binnen gezinnen met zich meebrengt eerder dan simpelweg een "betere" gezinsfunctionering. De betekenis ervan lijkt contextafhankelijk en kan variëren afhankelijk van individuele en gezinskenmerken. 

Samengevat tonen onze bevindingen dat bio-gedragsmatige synchronie en ondersteuning binnen gezinnen stress kan verminderen en veerkrach bevorderen, en dat mechanismen zoals oogcontact en gedeelde aandacht een rol spelen. Verder is gebleken dat veerkracht bepaald wordt door de interactie tussen verschillende systemen, en dat de context belangrijk is om mechanismen zoals neurale synchronie te begrijpen. Meer of minder synchronie is waarschijnlijk niet goed of slecht op zich. De rol die bio-gedragsmatige synchronie speelt bij stressregulatie is afhankelijk van de context en de interactie tussen systemen, individuele en gezinskenmerken. Dit verder in kaart brengen, waar we op dit moment aan werken, kan bijdragen aan het bevorderen van de ontwikkeling van veerkracht.”

  • Zijn gezinnen over het algemeen veerkrachtig volgens je onderzoek? En hoe gaan ze ermee om?

Rudi: “We hebben geen onderzoek gedaan naar het voorkomen van veerkracht in gezinnen. Ons project onderzocht mechanismen van veerkracht in gezinnen, om op basis hiervan ons begrip van veerkracht te doen toenemen en inzicht te geven in de strategieën die nodig zijn om de veerkracht van families tijdens stress te versterken. Wat we wel weten, is dat stressweerbaarheid belangrijk is omdat het dagelijkse leven in gezinnen continu vereist dat men zich aanpast aan verandering en uitdagingen, en dat veel gezinnen het moeilijk hebben om om te gaan met de complexe realiteit van onze samenleving. Toenemende prestatiedruk, de uitdaging om werk, gezin en zorg te combineren, financiële beslommeringen, sociale verwachtingen, de snelle maatschappelijke veranderingen en onzekerheid leggen een steeds grotere druk op het gezinsleven en het welzijn van ouders en kinderen.”

  • Wie werkte mee aan dit onderzoek?

Rudi: “Het is een onderzoeksconsortium met 20 leden, ik ben hoofdcoördinator en werk met een fantastisch team van 20 collega’s: professoren, doctoraatsstudenten en postdoctorale onderzoekers. Het volledige team kan je zien op de website van ons project."

  • In de Three Minute Talks  op het EABCT congres had je het over “Het effect van een korte, trage ademhalingsoefening op de positieve herwaardering van negatieve autobiografische herinneringen.” Over wat gaat dit juist? Hoe kunnen we ermee aan de slag? In welke context kan je deze ademhalingsoefening gebruiken?

Rudi: “Dit is een praatje van onze doctoraatsstudente Jente Depoorter, indien je hierover meer informatie wil kan je haar zeker contacteren via Jente.DePoorter@UGent.be.”

  • Wat motiveert je om te werken in de geestelijke gezondheid? 

Rudi: “Geestelijke gezondheid is essentieel voor de ontwikkeling van iemands potentieel, wat niet alleen een cruciale voorwaarde is voor individueel welzijn, maar ook voor meer betrokkenheid en solidariteit in persoonlijke relaties en de samenleving als een groter geheel.”

  • Wat trekt je zo aan in academisch onderzoek?

Rudi: “Menselijke emoties en gedrag en hoe onze hersenen deze verschijnselen vormgeven hebben me altijd gefascineerd. Als wetenschappelijk onderzoeker heb je de vrijheid om creatief te zijn in het ontwerpen van experimenten om zo ons inzicht te vergroten in de mechanismen die ten grondslag liggen aan de relatie tussen emoties, cognitie en gedrag, en hoe dit de mentale gezondheid beïnvloedt. Het is ook teamwerk, samenwerken met geëngageerde collega’s, jonge onderzoekers begeleiden en enthousiasmeren en je laten inspireren door mensen uit de klinische praktijk, is bijzonder boeiend en geeft veel voldoening.”

  • Ben je naast het academisch werk ook actief als therapeut? Wat zijn je specialismen?

Rudi: “Ik heb tijdens en na mijn opleiding tot gedragstherapeut gewerkt als gedragstherapeut, voornamelijk met mensen met depressie, maar sinds ik meer dan 25 jaar geleden gestart ben als professor aan de UGent ontbrak de tijd om me daarin verder te engageren.”

  • Ben je al lang lid van VVGT?

Rudi: “Ik ben lid sinds 1995, en ben ook actief geweest in het bestuur, onder andere als voorzitter van de vereniging.”

  • Zou je lidmaatschap van VVGT aanraden? Waarom?

Rudi: “Zeker, het is volgens mij echt noodzakelijk en verrijkend om een vinger aan de pols te houden en om collega’s te ontmoeten. De VVGT biedt een inspirerende gemeenschap van gedragstherapeuten en alle geïnteresseerden in de gedragstherapie, houdt de leden op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen in ons vakgebied via workshops en studiedagen, behartigt de belangen van de leden, en bevordert en bewaakt de kwaliteitsvolle toepassing van de gedragstherapie.”

  • Wil je nog andere zaken vermelden?

Rudi: “Onderzoek naar de effecten van psychotherapie is erg belangrijk, maar ik wil ook het belang onderstrepen van fundamenteel onderzoek naar werkingsmechanismen met betrekking tot mentale gezondheid. Om evidence-based behandelingen verder te ondersteunen is kennis van onderliggende dynamieken en mechanismen belangrijk. Ik heb de laatste 25 jaar voornamelijk fundamenteel onderzoek gedaan naar kwetsbaarheid en veerkracht vanuit gedragsmatige, neurobiologische en cognitieve invalshoek bij volwassenen, ouderen en recenter ook bij adolescenten. Het idee voor dit project is samen met collega’s ontstaan vanuit de idee dat de basis van veerkracht tijdens de levensloop gelegd wordt bij kinderen in hun gezinnen, en dat onderzoek naar de processen die hierbij een rol spelen beloftevol kan zijn voor zowel preventie als voor de verdere ontwikkeling van interventies.”

Gerelateerde Expertise